ECLI:NL:CRVB:2007:BB6945
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit invordering onverschuldigde bijstand wegens onjuiste invordering ineens
Appellant en zijn partner ontvingen sinds 1996 een bijstandsuitkering die later werd ingetrokken vanwege schending van de inlichtingenplicht. Het Dagelijks Bestuur vorderde terugbetaling van kosten over een periode van bijna tweeënhalf jaar, waarbij een betalingsregeling was getroffen. Na eerdere uitspraken stelde het Dagelijks Bestuur het terug te vorderen bedrag op €31.620,-- en sommeerde appellant tot onmiddellijke betaling hiervan.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij schade had geleden door het besluit en dat het bedrag onterecht ineens werd gevorderd zonder onderzoek naar zijn financiële situatie. De Raad oordeelde dat het Dagelijks Bestuur zonder nadere toetsing onterecht het volledige bedrag ineens had gevorderd, terwijl slechts €11.188,13 daadwerkelijk beschikbaar was op basis van een vordering op een derde.
De Raad vernietigde het besluit van 30 augustus 2004 wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht en bepaalde dat de invordering slechts tot het bedrag van €11.188,13 ineens had mogen plaatsvinden, met de rest in termijnen. Tevens werd het Dagelijks Bestuur veroordeeld in de proceskosten en werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot invordering van €31.620,-- wordt vernietigd en beperkt tot een onmiddellijke invordering van €11.188,13 met het restant in termijnen.