ECLI:NL:CRVB:2007:BB4918
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Opschorting en intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en verzuim
Appellant en betrokkene dienden een aanvraag in voor bijstand op grond van de WWB. Het College van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen besloot de bijstand met ingang van 10 december 2004 op te schorten en later in te trekken wegens het niet tijdig aanleveren van gevraagde gegevens. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de opschorting langer duurde dan de wettelijk toegestane termijn van acht weken, waardoor het College niet bevoegd was tot deze opschorting en intrekking. Tevens werd onterecht het onweerlegbaar vermoeden van gezamenlijke huishouding toegepast zonder rekening te houden met de temporele beperking na echtscheiding, wat in strijd is met het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.
De Raad bevestigt dat appellant en betrokkene een gezamenlijke huishouding voerden op grond van het bestaan van een gezamenlijk kind, maar verwerpt het beroep op strijdigheid met het IVBPR voor artikel 3 lid 4 onder Pro b WWB. De besluiten van het College worden vernietigd en herroepen, en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens wordt het College veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De opschorting en intrekking van de bijstand zijn onrechtmatig en worden vernietigd; het College moet een nieuw besluit nemen.