ECLI:NL:CRVB:2008:BC3948
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Opschorting en intrekking bijstandsuitkering wegens verzwegen vermogen
Appellante ontving bijstand sinds april 2003 en werd opgeroepen vanwege een signaal over meerdere bankrekeningen. Het College schortte haar bijstand op en trok deze in per 1 maart 2005 wegens een verzwegen vermogen boven de vermogensgrens. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat de opschortingstermijn van acht weken ruim is overschreden, waardoor het College niet bevoegd was tot opschorting en intrekking. Verder is het niet overleggen van bankafschriften geen beletsel meer, nu aanvullende stukken voldoende duidelijkheid verschaffen over het vermogen.
De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover deze de rechtsgevolgen in stand laat en draagt het College op een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tevens wordt het College veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De opschorting en intrekking van de bijstand is onrechtmatig wegens overschrijding van de opschortingstermijn en onvoldoende bewijs van verzwegen vermogen, en het College moet een nieuw besluit nemen.