ECLI:NL:CRVB:2007:BA6864
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum toekenning bijstand en meldingsvereiste bij CWI
Betrokkenen meldden zich op 21 januari 2004 bij het CWI om een bijstandsuitkering naar de norm voor gehuwden aan te vragen, maar werden toen weggestuurd omdat betrokkene 2 geen verblijfsvergunning had. De gemeente verleende later bijstand met ingang van 15 september 2004 en verklaarde bezwaar hiertegen ongegrond.
De rechtbank oordeelde dat betrokkenen niet konden worden verweten dat zij geen aanvraag hadden ingediend op 21 januari 2004. De gemeente ging hiertegen in hoger beroep. De Raad stelde vast dat op 21 januari 2004 geen melding in de zin van artikel 44 lid 2 WWB Pro had plaatsgevonden omdat naam, adres en woonplaats van betrokkene 2 niet waren geregistreerd en er geen aanvraag was ingediend.
Desondanks oordeelde de Raad dat de aangevallen uitspraak in stand moest blijven omdat betrokkenen zich wel degelijk hadden gemeld met de intentie een aanvraag te doen, maar dit door het CWI niet mogelijk werd gemaakt. De Raad verplichtte de gemeente een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak en veroordeelde de gemeente in de proceskosten van betrokkenen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat betrokkenen geen verwijt treft voor het niet indienen van een aanvraag op 21 januari 2004 en verplicht de gemeente een nieuw besluit te nemen.