ECLI:NL:CRVB:2007:BA2409
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvullende vergoeding digitaal hoortoestel voor arbeidsgehandicapte
Betrokkene, arbeidsgehandicapte met gehoorverlies, vroeg een aanvullende vergoeding voor een digitaal hoortoestel dat zij nodig had voor haar werk. De vergoeding vanuit de Ziekenfondswet dekte slechts een deel van de kosten. Appellant, het UWV, wees de aanvullende vergoeding af omdat zij meende daartoe niet bevoegd te zijn aangezien de Ziekenfondswet reeds een vergoeding voorzag.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit van appellant. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het UWV op grond van de Wet Rea bevoegd is om aanvullende vergoedingen toe te kennen voor voorzieningen die vrijwel uitsluitend voor de werksituatie zijn bedoeld, ook als er al een vergoeding bestaat vanuit de ziektekostenverzekering.
De Raad overweegt dat de Ziekenfondswet geen rekening houdt met de specifieke eisen die in een werksituatie aan een hoortoestel worden gesteld, waardoor de vergoeding vanuit die wet niet toereikend is voor arbeidsgehandicapten die een hoortoestel met bijzondere specificaties nodig hebben. Het beleid van appellant om alleen aanvullende vergoeding toe te kennen bij gehoorverlies onder 35% of bij aparte toestellen voor werk en privé wordt verworpen.
De Raad beveelt appellant een nieuw besluit te nemen rekening houdend met deze overwegingen en veroordeelt appellant tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.