ECLI:NL:CRVB:2009:BI1281
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- J.N.A. Bootsma
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Nadere beoordeling maximale vergoeding hoortoestellen op grond van WIA en Reïntegratiebesluit
Appellant, werkzaam als asfalteringsafwerker, heeft gehoorschade opgelopen en verzocht UWV om vergoeding van twee Opticon hoortoestellen die noodzakelijk zijn voor zijn werkzaamheden. UWV wees de aanvraag af omdat de hoortoestellen ook privé gebruikt worden en de vergoeding daarom onder de zorgverzekeraar valt. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand.
In hoger beroep betwist appellant deze rechtsgevolgen en verzoekt tevens vergoeding van wettelijke rente. UWV nam een nieuw besluit op bezwaar en kende een aanvullende vergoeding toe van €1.400, gebaseerd op een nieuw, nog niet gepubliceerd beleid dat een maximale vergoeding van €700 per hoortoestel toestaat.
De Raad oordeelt dat UWV bevoegd is een vergoeding toe te kennen voor hoortoestellen die vrijwel uitsluitend voor de werksituatie zijn geïndiceerd, ook als deze tevens privé worden gebruikt. Het nieuwe besluit van UWV voldoet niet aan artikel 7:12 Awb Pro omdat het niet gemotiveerd is waarom de maximale vergoeding adequaat is in het concrete geval van appellant.
De Raad vernietigt het besluit van 19 november 2007 en bepaalt dat UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad UWV in de proceskosten van appellant. Vergoeding van wettelijke rente wordt afgewezen wegens te late aanvraag.
Uitkomst: Het besluit van 19 november 2007 wordt vernietigd en UWV moet een nieuw besluit nemen met nadere motivering over de vergoeding van de hoortoestellen.