ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9330
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving algemene bijstand tot 1 mei 2004. Het College van burgemeester en wethouders van Landgraaf trok bij besluit van 20 augustus 2004 de bijstand over de periode 1 januari 2004 tot en met 30 april 2004 in wegens het niet melden van werkzaamheden als hoefsmid. Appellant had geen inkomsten gemeld en schond daarmee de inlichtingenverplichting volgens artikel 65, eerste lid, van de Algemene bijstandswet.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Appellant maakte bezwaar tegen dit laatste. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het College terecht de bijstand heeft ingetrokken omdat appellant geen betrouwbare gegevens over zijn werkzaamheden en inkomsten heeft verstrekt.
De Raad stelt vast dat appellant geen deugdelijke administratie heeft overgelegd, waardoor niet kan worden vastgesteld of hij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde. Het College was daarom bevoegd de bijstand in te trekken en de ten onrechte ontvangen bijstand terug te vorderen. De beleidsregel van het College om bij schending van de inlichtingenplicht standaard terug te vorderen wordt als te strikt beoordeeld, maar er zijn geen dringende redenen om hiervan af te wijken.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting.