ECLI:NL:CRVB:2007:BA2080
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijzondere bijstand wegens niet-naleving aflossingsverplichtingen
Appellant ontving bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening voor de inrichting van zijn woning. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam vorderde terugbetaling omdat appellant zijn aflossingsverplichtingen niet of niet behoorlijk was nagekomen. Appellant stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat er bijzondere omstandigheden waren die terugvordering zouden moeten voorkomen.
De Raad oordeelde dat het College op grond van artikel 58, eerste lid, aanhef en onder b, van de WWB bevoegd was tot terugvordering. Het beleid van het College, vastgelegd in de Beleidsregels Handhavingsverordening WWB, werd als redelijk beoordeeld. De Raad constateerde dat de gemeenteraad met artikel 4 van Pro de Handhavingsverordening WWB buiten zijn bevoegdheid was getreden, waardoor deze bepaling geen verbindende kracht heeft.
De Raad achtte het beleid van het College als invulling van de discretionaire bevoegdheid tot terugvordering en vond geen bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigen. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad veroordeelde het College niet in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van bijzondere bijstand wordt bevestigd.