ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5225
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid weigering WW-uitkering aan werknemer Europees Ruimtevaart Agentschap
Betrokkene trad op 1 februari 2002 in dienst bij het Europees Ruimtevaart Agentschap (ESA) en werd binnen de proeftijd ontslagen. Hij vroeg in februari 2003 een WW-uitkering aan, die werd geweigerd omdat hij geen werknemer in de zin van de WW was. De rechtbank oordeelde aanvankelijk in zijn voordeel, maar het hoger beroep richtte zich op de vraag of ESA een eigen sociaal zekerheidsstelsel kent dat afwijkt van de WW.
De Raad stelde vast dat ESA als volkenrechtelijke organisatie een eigen sociaal zekerheidsstelsel heeft, het ESA Social Security Scheme, dat een voorziening kent voor de geldelijke gevolgen van werkloosheid in de vorm van een 'indemnity for loss of job'. Dit vormt een regeling die afwijkt van de WW en sluit toepassing van de WW uit.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat eerdere toekenningen van WW-uitkeringen aan medewerkers van andere volkenrechtelijke organisaties berustten op fouten van appellant. De Raad bevestigde de weigering van de WW-uitkering en veroordeelde appellant tot vergoeding van proceskosten van €966,-.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat betrokkene geen werknemer in de zin van de WW was en geen recht heeft op een WW-uitkering.