ECLI:NL:CRVB:2006:AY6558
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- K. Zeilemaker
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit korting bezoldiging wegens ziekte ondanks nieuw gebleken feit
Appellant was sinds 1 maart 1979 werkzaam bij de gemeente Geleen en staakte op 9 januari 1995 zijn werkzaamheden wegens ziekte. Bij brief van 17 juli 1996 werd hem meegedeeld dat hij wegens ziekte vanaf 9 juli 1996 80% van zijn bezoldiging zou ontvangen. Deze korting werd bevestigd door het College en niet bestreden door appellant.
Appellant ontving een WAO-conforme uitkering vanaf 8 januari 1996, die later werd beëindigd. De Raad oordeelde in 2001 dat appellant ten onrechte als arbeidsongeschikt in de zin van de WAO was beschouwd, waarna het Landelijk instituut sociale verzekeringen de uitkering introk. Appellant verzocht het College daarop om de korting op zijn bezoldiging ongedaan te maken en het volledige salaris uit te betalen.
Het College wees dit verzoek af en handhaafde het besluit in 2003. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het nieuwe feit van de Raad uit 2001 de rechtsgrond voor de korting had weggenomen. De Raad oordeelde echter dat dit nieuwe feit niet betekende dat appellant niet wegens ziekte verhinderd was zijn werk te verrichten en dat het College in redelijkheid tot het bestreden besluit kon komen.
De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit, en ziet geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb. De brief van 17 juli 1996 wordt als besluit aangemerkt, en appellant heeft geen bezwaar gemaakt tegen de korting. Het verzoek om terug te komen van het besluit wordt afgewezen omdat het nieuwe feit niet leidt tot herziening.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot korting op de bezoldiging blijft in stand.