ECLI:NL:CRVB:2005:AU2922
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- B.I. Klaassens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslag wegens ongeschiktheid wegens onvoldoende motivering medische beoordeling
Appellante was sinds 1996 in deeltijd werkzaam als bedrijfsarts bij de Universiteit Utrecht. Na meerdere beoordelingen met matige tot voldoende oordelen ontstond een conflict over haar functioneren, met name in het sociaal medisch overleg. Na een moeizaam beoordelingstraject werd zij in november 2002 ontslagen wegens ongeschiktheid anders dan op grond van ziekte.
Appellante stelde dat de beoordeling niet objectief was, mede vanwege een verstoorde arbeidsrelatie en haar arbeidsongeschiktheid tijdens de beoordelingsperiode. De Raad oordeelde echter dat de beoordeling voldoende concreet was onderbouwd en dat de negatieve oordelen gerechtvaardigd waren. Wel stelde de Raad vast dat het ontslagbesluit onvoldoende gemotiveerd was, omdat tegenstrijdige medische adviezen over haar geschiktheid niet adequaat waren gewogen.
De Raad vernietigde daarom het besluit tot handhaving van het ontslag en bepaalde dat de Universiteit Utrecht een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak. Tevens werd de Universiteit Utrecht veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante.
Uitkomst: Het besluit tot handhaving van het ontslag wordt vernietigd en de Universiteit Utrecht moet een nieuw besluit nemen.