ECLI:NL:CRVB:2006:AY6412
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens niet duurzaam gescheiden leven en schending inlichtingenplicht
Appellanten, gehuwd en wonende te Stiens, ontvingen bijstand op basis van de norm voor gehuwden tot 3 juni 2002. Na melding van scheiding werd bijstand toegekend aan appellante als alleenstaande ouder vanaf 4 juni 2002. Een onderzoek van de Sociale Recherche leidde tot het besluit van het Dagelijks Bestuur om de bijstand over de periode van 4 juni 2002 tot 31 januari 2003 in te trekken wegens het niet duurzaam gescheiden leven van appellanten en het niet nakomen van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het Dagelijks Bestuur ten onrechte het begrip gezamenlijke huishouding als maatstaf hanteerde in plaats van duurzaam gescheiden leven. Dit leidt tot vernietiging van het besluit voor zover het de intrekking betreft. De Raad bevestigt echter dat appellanten niet duurzaam gescheiden leefden en dat appellante onjuiste informatie gaf, waardoor de bijstand ten onrechte werd toegekend.
De terugvordering van de bijstand door het Dagelijks Bestuur wordt gegrond verklaard, aangezien appellante onvoldoende bewijs leverde dat de inkomsten van appellant onvoldoende waren om het gezin te onderhouden. Ook de mede-terugvordering van appellant wordt bevestigd. De Raad veroordeelt het Dagelijks Bestuur tot vergoeding van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd wegens onjuiste maatstaf, maar de terugvordering wordt bevestigd omdat appellanten niet duurzaam gescheiden leefden en appellante haar inlichtingenplicht schond.