ECLI:NL:CRVB:2006:AY5325
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstandsuitkering na boedelscheiding wegens naderhand verkregen middelen
Appellante ontving bijstand na haar echtscheiding, waarbij zij aanspraak had op een aandeel in een onverdeelde woning. Het College vorderde later bijstandskosten terug over de periode dat zij bijstand ontving, omdat zij in oktober 2003 beschikte over middelen uit de verkoop van deze woning.
De rechtbank vernietigde het besluit tot terugvordering, maar liet de rechtsgevolgen ervan in stand. Appellante ging in hoger beroep tegen dit laatste en voerde aan dat zij niet vooraf was geïnformeerd over terugvordering en dat het beleid onder de WWB niet gelijk mocht zijn aan dat onder de Abw.
De Raad oordeelde dat het College bevoegd was tot terugvordering op grond van artikel 58 WWB Pro, dat de vaste gedragslijn van het College niet onredelijk was en dat er geen dringende redenen of bijzondere omstandigheden waren om van terugvordering af te zien. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De terugvordering van bijstandskosten wegens naderhand verkregen middelen wordt bevestigd en het hoger beroep afgewezen.