ECLI:NL:CRVB:2006:AY3569
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en onjuiste motivering
Appellanten ontvingen bijstand over meerdere perioden, maar het College stelde vast dat zij inkomsten uit scheidsrechterswerkzaamheden en werkzaamheden op markten en braderieën hadden verzwegen. Hierdoor werd de bijstand onverschuldigd betaald en werd terugvordering ingesteld. Het College handhaafde het besluit tot terugvordering, maar appellanten gingen hiertegen in beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het College bij het besluit van 20 januari 2004 niet op het bezwaar tegen het eerdere besluit had beslist, wat in strijd is met artikel 7:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verder is vastgesteld dat appellanten de inlichtingenverplichting hebben geschonden door het verzwegen van inkomsten. De Raad acht echter niet aannemelijk dat de werkzaamheden op markten en braderieën een inkomen opleverden gelijk aan het wettelijk minimumloon, mede vanwege de familiale context.
Het besluit wordt vernietigd voor zover het niet op het bezwaar tegen het eerdere besluit is ingegaan en wegens onvoldoende motivering. Het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen. De terugvordering blijft in stand voor het deel dat gegrond is op de schending van de inlichtingenverplichting. De Raad veroordeelt het College tot betaling van proceskosten aan appellanten.
Uitkomst: Het besluit van 20 januari 2004 wordt vernietigd voor zover niet op het bezwaar tegen het eerdere besluit is beslist en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.