ECLI:NL:CRVB:2006:AV8808
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.G. Treffers
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens vergoeding niet opgenomen vakantiedagen
Appellante ontving bijstand op grond van de Algemene Bijstandswet sinds 1994 en werkte van april 2000 tot april 2001 als verkoopster. Na een signaal van de Belastingdienst stelde gedaagde een onderzoek in naar haar inkomsten. Hierbij bleek dat appellante in mei 2001 een nabetaling ontving voor niet opgenomen vakantiedagen, welke zij niet had gemeld.
Gedaagde herzag daarop het recht op bijstand over april 2000 tot april 2001 en vorderde een bedrag terug wegens schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde dit besluit gegrond, stellende dat de vergoeding als uitgesteld inkomen moest worden toegerekend aan die periode.
De Centrale Raad oordeelt dat de vergoeding niet aan de periode april 2000 tot april 2001 kan worden toegerekend, omdat de aanspraak op de vergoeding pas bij het einde van de arbeidsovereenkomst ontstaat. De vergoeding moet geheel aan mei 2001 worden toegerekend. Daarom vernietigt de Raad het besluit en beveelt een nieuw besluit op bezwaar, waarbij de vergoeding niet over de eerdere periode wordt toegerekend.
Daarnaast veroordeelt de Raad gedaagde in de proceskosten van appellante en bepaalt dat de gemeente Westervoort het betaalde griffierecht vergoedt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot herziening en terugvordering van bijstand over april 2000 tot april 2001 wordt vernietigd.