ECLI:NL:CRVB:2005:AS3450
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzekeringsplicht en gezagsverhouding bij acteursbureau na rechtsopvolging
De zaak betreft een geschil over de verzekeringsplicht van een stichting die acteurs inzet voor rollenspellen bij trainingen, waarbij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) de arbeidsverhouding als dienstbetrekking kwalificeerde. Na overdracht van de activiteiten aan een rechtsopvolger werd het geschil voortgezet tegen deze partij.
De rechtbank Haarlem verklaarde het beroep van de rechtsopvolger gegrond vanwege onvoldoende onderzoek naar de gezagsverhouding over alle acteurs. De Centrale Raad van Beroep stelde echter vast dat het onderzoek van het UWV toereikend was en dat de rechtsopvolger als opvolgende partij terecht was toegelaten.
De Raad oordeelde dat de acteurs, ondanks hun zelfstandigheidsverklaring, onder gezag van de rechtsopvolger werkzaam zijn omdat zij in het kader van het acteursbureau aan derden worden ter beschikking gesteld en onder toezicht van die derden staan. De vrijheid die de acteurs genieten bij uitvoering doet hieraan niet af.
De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, behalve voor de niet-ontvankelijkverklaring van de overige gedaagden, en het beroep van de rechtsopvolger wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de rechtsopvolger wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.