ECLI:NL:CRVB:2004:AR3084
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en terugvordering Anw-uitkering wegens niet-hulpbehoevende samenwoning
Appellante ontving een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (Anw). Na melding van samenwoning met een huisgenoot, die volgens onderzoek tijdelijk hulpbehoevend was, heeft de Sociale verzekeringsbank de uitkering ingetrokken en teruggevorderd.
Na bezwaar en gedeeltelijke toekenning van een inkomensafhankelijke uitkering over de periode van hulpbehoevendheid, heeft gedaagde het bezwaar herzien en de uitkering beëindigd per 1 november 1998, omdat de huisgenoot toen niet langer als hulpbehoevend werd beschouwd.
De Centrale Raad oordeelt dat de huisgenoot op die datum niet voldeed aan de wettelijke definitie van hulpbehoevende en dat het advies van ZVN zorgvuldig tot stand is gekomen. Het beroep van appellante wordt daarom ongegrond verklaard en het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van 9 maart 2004 wordt ongegrond verklaard.