ECLI:NL:CRVB:2002:AE4022
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- T. Hoogenboom
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Herziening intrekking representatietoelage groepscommandant politie niet vereist
Gedaagde, voormalig groepscommandant bij de Rijkspolitie, ontving een representatietoelage die bij reorganisatie van de politie per 1 april 1994 werd ingetrokken. Hoewel gedaagde hiertegen destijds geen bezwaar maakte, verzocht hij later terugbetaling met terugwerkende kracht, verwijzend naar een eerdere uitspraak van de Raad die een inkomensgarantie bij intrekking van toelagen garandeert.
Appellant, de korpsbeheerder, weigerde dit verzoek omdat gedaagde geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die herziening rechtvaardigden. De rechtbank oordeelde echter dat de intrekking evident onjuist was en vernietigde het besluit, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de rechtbank een onjuiste maatstaf hanteerde.
De Raad benadrukte dat jurisprudentiewijzigingen geen nieuwe feiten vormen en dat een bestuursorgaan niet verplicht is een eerder onaantastbaar besluit te herzien zonder nieuwe relevante feiten. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van gedaagde ongegrond, waarmee de intrekking van de toelage standhoudt.
Proceskosten werden niet toegewezen. De uitspraak bevestigt het belang van formele rechtskracht en het discretionaire karakter van bestuursbesluiten bij herziening.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de representatietoelage blijft in stand.