ECLI:NL:CRVB:2001:AD5247
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- H. Bolt
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking AAW-uitkering ondanks medisch onderzoek door verzekeringsarts in dienst van gedaagde
Appellant betwistte de intrekking van zijn AAW-uitkering, stellende dat het medisch onderzoek waarop dit besluit was gebaseerd niet onafhankelijk was omdat het door een arts in dienst van de gedaagde was uitgevoerd. De Raad overwoog dat het niet per definitie vereist is dat een onafhankelijk medisch deskundige wordt benoemd en dat de verzekeringsarts geen persoonlijk belang had bij het besluit.
De Raad nam de medische rapportages van de verzekeringsartsen als juist aan en vond geen aanleiding tot nader onderzoek, mede omdat appellant geen objectieve medische gegevens aanleverde die het oordeel konden ondermijnen. Ook het feit dat appellant later volledig arbeidsongeschikt werd geacht, leidde niet tot een ander oordeel over de eerdere beoordeling.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraken van de rechtbank die het beroep ongegrond verklaarden en oordeelde dat appellant voldoende gelegenheid had gehad om zich te verzetten tegen het medische oordeel. Het beroep werd ongegrond verklaard, waarmee de intrekking van de uitkering in stand bleef.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de AAW-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.