ECLI:NL:CRVB:2010:BK8589
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- A.A.H. Schifferstein
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld na medische beoordeling door UWV
Appellant, voormalig tuinbouwmedewerker, meldde zich ziek wegens een hoofdwond en hersenschudding na een ongeval. Het UWV verklaarde hem op 18 april 2007 en 6 maart 2008 geschikt voor arbeid, waarmee het recht op ziekengeld werd beëindigd. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, ondersteund door rapportages van Instituut Psychosofia (IP), die volgens hem twijfel zaaiden over de medische beoordeling.
De rechtbanken verklaarden het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij de rapportages van IP niet als medisch deskundig beschouwden en de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts als doorslaggevend achtten. Appellant stelde in hoger beroep dat zonder benoeming van een onafhankelijk deskundige geen eerlijke procesvoering was gewaarborgd volgens artikel 6 EVRM Pro.
De Raad overwoog dat de rapportages van IP geen aanleiding gaven om de medische beoordelingen van het UWV in twijfel te trekken. Er was geen noodzaak tot het benoemen van een onafhankelijk deskundige en appellant was niet geschaad in zijn recht op een eerlijk proces. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraken en wees de beroepen af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld en dat er geen schending is van het recht op een eerlijk proces.