ECLI:NL:CRVB:1992:ZB5274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Grendel
- N.J. Haverkamp
- L.J. van Krimpen
- A.C.M. Raken
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van arbeidsongeschiktheidspercentage na herzieningsverzoek op grond van AAW en WAO
Eiser, woonachtig in Spanje en voormalig kraandrijver, werd aanvankelijk voor 80-100% arbeidsongeschikt verklaard wegens rugklachten en een herniaoperatie. Na medisch en arbeidskundig onderzoek werd het arbeidsongeschiktheidspercentage vastgesteld op 35-45% vanaf 1 januari 1983. In 1986 overhandigde eiser medische rapporten over een recidief hernia en stelde dat zijn arbeidsongeschiktheid nu 65% bedroeg. De GMD liet eiser onderzoeken door neuroloog Koetsier, die concludeerde dat eiser ondanks klachten in staat was tot rugsparende arbeid.
Eisers gemachtigde betwistte de rapportage van Koetsier, stellende dat deze niet beschikte over alle Spaanse medische gegevens en dat de beoordeling onjuist was. Koetsier reageerde uitvoerig en handhaafde zijn conclusie dat eiser geschikt was voor bepaalde werkzaamheden. De Raad van Beroep verwierp de bezwaren en bevestigde het arbeidsongeschiktheidspercentage van 35-45%.
In hoger beroep werden ook bezwaren tegen de toepassing van het EEG-recht geuit, maar de Raad oordeelde dat de controle en medische onderzoeken rechtmatig waren uitgevoerd. Tevens werd geoordeeld dat het niet inschakelen van een onafhankelijke deskundige geen schending van artikel 6 EVRM Pro opleverde. De bestreden beslissing werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het arbeidsongeschiktheidspercentage van 35-45% en wijst het hoger beroep af.