ECLI:NL:CRVB:2000:AA7107
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- W.D.M. van Diepenbeek
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens niet juiste toepassing medisch criterium
Appellante ontving aanvankelijk een arbeidsongeschiktheidsuitkering van 80-100% vanwege psychische en vermoeidheidsklachten. Gedaagde herzag dit in 1997 naar 25-35%, waarna de rechtbank het beroep van appellante ongegrond verklaarde. In hoger beroep stelt appellante dat de richtlijn medisch arbeidsongeschiktheidscriterium niet correct is toegepast, omdat haar klachten, gerelateerd aan chronisch vermoeidheidssyndroom, buiten beschouwing zijn gelaten.
De Raad oordeelt dat klachten zonder duidelijke oorzaak in bijzondere situaties wel degelijk als gevolg van ziekte of gebrek kunnen worden aangemerkt, conform de richtlijn. De verzekeringsarts had deze klachten onterecht genegeerd, wat leidt tot strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Hierdoor kan het besluit niet in stand blijven en wordt ook de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
De Raad veroordeelt gedaagde tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitkering wordt herzien van 80-100% naar 25-35% arbeidsongeschiktheid met ingang van 5 mei 1997. De uitspraak benadrukt het belang van een juiste medische beoordeling waarbij ook moeilijk objectiveerbare aandoeningen in aanmerking worden genomen.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt vernietigd en het beroep van appellante wordt gegrond verklaard.