ECLI:NL:CRVB:2004:AR4193
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- G.J.H. Doornewaard
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens schending Awb en bevestiging afwijzing WAO-uitkering
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar WAO-uitkering door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). De rechtbank Maastricht verklaarde haar beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de rechtbank in strijd had gehandeld met artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht door de zaak zonder geldige toestemming van partijen zonder zitting te behandelen. Hierdoor werd de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
De Raad besloot de zaak niet terug te verwijzen naar de rechtbank omdat nader onderzoek niet nodig was en ging over tot inhoudelijke beoordeling. Uit medische en arbeidskundige rapporten bleek dat appellante niet voldeed aan het criterium van minimaal 15% arbeidsongeschiktheid op de datum in geding. De medische deskundigen hadden het retrospectieve karakter van het onderzoek in acht genomen en de rapporten waren zorgvuldig opgesteld.
Appellante voerde aan dat haar medische klachten in de loop der tijd waren toegenomen en overhandigde aanvullende stukken, maar deze waren niet relevant voor de datum in geding. Ook haar beroep op de Richtlijn medisch arbeidsongeschiktheidscriterium (Maoc) faalde omdat niet werd voldaan aan de vereiste consistente en gemotiveerde medische opvatting over haar ongeschiktheid.
De arbeidskundige beoordeling bevestigde dat de functies waarop de schatting was gebaseerd actueel waren en dat de mate van arbeidsongeschiktheid onder de 15% bleef. De Raad volgde de bezwaren van appellante tegen de interpretatie van het belastbaarheidspatroon niet en sloot zich aan bij de eerdere beoordeling van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Tot slot werd het Uwv veroordeeld in de proceskosten van appellante en werd het door haar betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens schending van artikel 8:57 Awb.