Uitspraak
1.[verpachter 1],
[verpachter 2],
[verpachter 3],
- het niet mogelijk is een verzoek tot herziening van de tegenprestatie in te dienen, terwijl de onderliggende pachtovereenkomst nog niet is goedgekeurd door de grondkamer;
- het verstekvonnis en het (verzet)vonnis van de pachtkamer alsnog ter goedkeuring van de daarin vastgelegde pachtovereenkomst naar de bevoegde grondkamer moeten worden gestuurd.
1.De voorgeschiedenis
“verminderd met dat gedeelte van het voormelde kadastrale perceel [kadastrale aanduidingen 2] dat bebouwd is met opstallen.”
2.De procedure bij de grondkamer
3.De procedure bij de Centrale Grondkamer
- pachter, vergezeld door zijn broer de heer [naam broer] en bijgestaan door zijn advocaat mr. Duijsens;
- namens verpachters de heer [verpachter 1], vergezeld door zijn moeder [naam moeder] en bijgestaan door zijn gemachtigde ing. L.A.J. Punt.
4.De redenen voor de beslissing
naar benedenbij. Bij herziening op grond van artikel 7:333 lid 2 BW Pro is de grondkamer gehouden de bestaande pachtprijs te verhogen (of te verlagen) tot de hoogst toelaatbare pachtprijs, tenzij redelijkheid en billijkheid zich hiertegen verzetten. Beide procedures hebben daarmee een ander karakter.
5.De beslissing
S.C.P. Giesen en de deskundige leden ing. P. Kerkstra en ir. J.H. Jurrius, in tegenwoordigheid van mr. M. Knipping-Verbeek als griffier.