ECLI:NL:CBB:2026:61
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.C. Stam
- T. Pavićević
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking derogatievergunning en randvoorwaardenkorting GLB-subsidies
De minister heeft de derogatievergunning van de landbouwer voor 2018 ingetrokken en hem uitgesloten van deelname aan derogatie in 2024 vanwege overschrijding van gebruiksnormen voor dierlijke meststoffen, stikstof en fosfaat, en het niet naar waarheid opstellen van het bemestingsplan. De landbouwer stelde beroep in tegen deze besluiten en tegen een randvoorwaardenkorting van 3% op de GLB-subsidies voor 2018.
Het College stelt vast dat de overschrijding van de gebruiksnormen een voorwaarde van de derogatievergunning schendt, waardoor de minister terecht de vergunning introk en de landbouwer uitsloot van deelname in 2024. Daarnaast is de randvoorwaardenkorting van 3% op de GLB-subsidies terecht vastgesteld vanwege niet-naleving van de randvoorwaarde omtrent meststoffengebruik.
De landbouwer voerde onder meer aan dat de boete gematigd moest worden en dat de korting onevenredig was, maar het College verwierp deze gronden. De wettelijke bepalingen laten geen ruimte voor belangenafweging bij de vaststelling van de randvoorwaardenkorting. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de landbouwer tegen de intrekking van de derogatievergunning en de randvoorwaardenkorting is ongegrond verklaard.