Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
[naam 1] , te [woonplaats] (landbouwer) (gemachtigde: mr. J. van Groningen)
minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
Uitspraak van de rechtbank
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
De landbouwer kan zich niet vinden in de beoordeling door de rechtbank. Zijn betoog in hoger beroep komt er in de kern op neer dat bij het bepalen van de hoeveelheid dierlijke meststoffen ten onrechte is uitgegaan van de forfaitaire productienormen, omdat hij zijn bedrijf exploiteert op een wijze die sterk afwijkt van de bedrijfsvoering van een gemiddeld melkveebedrijf in Nederland. Doordat het rantsoen van zijn melkvee een groot aandeel eiwitarme producten bevat, in combinatie met een relatief laag niveau van melkproductie per melkkoe en een veestapel die (grotendeels) bestaat uit Maas-Rijn-IJsselvee
(MRIJ)-koeien, is de excretie van fosfaat en stikstof in graasdierenmest aanzienlijk lager dan waarmee de minister op basis van de forfaitaire productienormen heeft gerekend. De BEX-berekeningen heeft de minister ten onrechte terzijde geschoven, waardoor de hoeveelheid dierlijke meststoffen te hoog is vastgesteld.