ECLI:NL:CBB:2026:6
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming schade vogelgriepuitbraak wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
In deze zaak heeft [naam 1] B.V. beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur om een aanvraag voor een tegemoetkoming in schade als gevolg van de vogelgriepuitbraak af te wijzen. De schade betrof het euthanaseren van 533.067 kuikens en het vernietigen van 136.350 broedeieren vanwege vervoersverboden in de bewakingszone rondom besmette bedrijven.
[naam 1] stelde dat zij op grond van artikel 9.11 van de Wet dieren recht had op een tegemoetkoming omdat de situatie uitzonderlijk was en buiten het normale bedrijfsrisico viel. De minister voerde aan dat de schade het gevolg was van rechtmatige maatregelen en tot het normale bedrijfsrisico van ondernemingen behoort.
Het College oordeelde dat de minister terecht heeft geconcludeerd dat geen sprake is van een bijzonder geval. De opeenvolgende vervoersverboden en screeningsperiodes zijn inherent aan de bestrijding van vogelgriep in een gebied met hoge pluimveedichtheid. De situatie van [naam 1] valt daarmee binnen het normale bedrijfsrisico. Ook de verwijzingen naar eerdere uitspraken en het Convenant 2025-2029 konden niet tot een andere conclusie leiden.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden. De afwijzing van de tegemoetkoming is niet onevenredig, aangezien het Diergezondheidsfonds een gesloten systeem is gericht op schade buiten het normale bedrijfsrisico.
Uitkomst: Het beroep van [naam 1] wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming bevestigd.