Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 27 januari 2026 in de zaak tussen
anderen(zie bijlage voor de lijst met alle veehouders) (de veehouders)
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Procesverloop
Overwegingen
1 januari 2026, wordt de hogere gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen tot en met 2025 jaarlijks afgebouwd (hierna: afbouwpad). Naast het afbouwpad voor de hogere gebruiksnorm dierlijke mest, bevat de derogatiebeschikking een aantal voorwaarden waar Nederland aan moet voldoen. Deze voorwaarden hebben soms ook betrekking op landbouwers zonder derogatievergunning.
○ verlaging van de stikstofgebruiksnorm meststoffen (zoals bedoeld in artikel 8,
onderdeel b, van de Meststoffenwet) in deze NV-gebieden; en
○ verdere verlaging van deze stikstofgebruiksnorm meststoffen in aangewezen grondwaterbeschermingsgebieden.
2.3.2 Derogatievrije zone rondom Natura 2000-gebieden
Natura 2000-gebieden en voor alle kanten van deze gebieden gelijk. Percelen die voor de helft of meer in deze zone liggen, worden tot de derogatievrije zone gerekend. Dit is geregeld in artikel I, onderdeel C, tweede lid, van deze regeling. Voor percelen in de derogatievrije zone geldt derhalve de gebruiksnorm dierlijke meststoffen van maximaal 170 kg stikstof per hectare per jaar.
1 januari 2023 is het in overeenstemming met de derogatiebeschikking (artikel 4, derde onderdeel, eerste deel) niet meer mogelijk om op voor percelen in Natura 2000-gebieden gebruik te maken van een hogere gebruiksnorm dierlijke meststoffen bij een derogatievergunning (Stcrt 2023 nr. 6072). Hiermee is met ingang van 2023 invulling gegeven aan het eerste deel van artikel 4, derde lid van de derogatiebeschikking. In het tweede deel van het genoemde artikelonderdeel van de derogatiebeschikking waarin is bepaald dat Nederland ‘vanaf 1 januari 2024 evenmin [vergunningen verleend voor derogatie] in bufferzones nabij Natura 2000-gebieden, als gespecificeerd in het Nationaal Programma Landelijk Gebied, waar de kritische stikstofbelasting voor stikstofdepositie wordt overschreden.’ De bufferzones (in Nederland overgangsgebieden genoemd) zijn onderdeel van de provinciale programma’s in het kader van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (hierna: NPLG). Deze zones zijn echter per 1 januari 2024 nog niet aangewezen in het kader van het NPLG. Om te voorkomen dat daardoor niet zou worden voldaan aan de voorwaarden van de derogatiebeschikking, zijn in deze regeling voor 2024 en 2025 (de resterende looptijd van de derogatiebeschikking) derogatievrije zones rondom de betreffende Natura 2000-gebieden aangewezen, los van het NPLG.
Natura 2000-gebied aan te houden. Binnen deze afstand heeft een verminderde uitstoot van stikstof door veldemissies effect op de depositie in het naburige Natura 2000-gebied. Dit draagt bij aan de opgave die er ligt om de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden te verminderen. WEnR heeft hierbij gebruik gemaakt van de meest recente monitoringsgegevens van het jaar 2021 van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (hierna: RIVM). Omdat de derogatievrije zone betrekking heeft op de jaren 2024 en 2025 omvat deze beoordeling niet alleen de Natura 2000-gebieden waar sprake is van een gemeten overschrijding in 2021, maar ook de Natura 2000-gebieden waar sprake is van een verwachte overschrijding 2025. Met de term derogatievrije zone is tot uitdrukking gebracht dat de zones die met deze regeling zijn vastgesteld geen relatie hebben met het NPLG.
[…]”
20 april 2021, ECLI:NL:CBB:2021:425) is een algemeen verbindend voorschrift een naar buiten werkende, voor de direct betrokkenen bindende regel, uitgegaan van het openbaar gezag dat de bevoegdheid daartoe aan de wet ontleent. Een algemeen verbindend voorschrift onderscheidt zich van andere besluiten doordat het algemeen abstracte regels bevat die zich zonder nadere normering voor herhaalde concrete toepassing lenen. Van een algemeen verbindend voorschrift wordt onderscheiden een concretiserend besluit van algemene strekking. Een dergelijk besluit bepaalt het toepassingsbereik van een algemeen verbindend voorschrift naar tijd, plaats, persoon of object nader (concretiseert dit). Het ontbreken van zelfstandige normstelling is het meest onderscheidende criterium.
2000-gebieden waarbinnen per 1 januari 2024 geen gebruik mag worden gemaakt van de hogere gebruiksnorm dierlijke mest bij een derogatievergunning. Daarbij wordt ook nader gedefinieerd wanneer landbouwgronden geacht worden van die derogatievrije zone of van een Natura-2000 gebied deel uit te maken. Zoals de minister terecht opmerkt lenen deze regels zich zonder nadere normering voor herhaalde concrete toepassing. Anders dan waarvan de veehouders uitgaan, gaat het hier ook niet om een (nadere) concretisering naar tijd, plaats, persoon of object, maar introduceert de Regeling een nieuwe norm. Die nieuwe norm betreft hier een derogatievrije zone van 250 meter rondom bepaalde Natura 2000-gebieden waarbinnen per 1 januari 2024 geen gebruik mag worden gemaakt van de hogere gebruiksnorm dierlijke mest bij derogatievergunning. Dit vormt een implementatie van artikel 4 van de derogatiebeschikking. Het College is (al) daarom met de minister van oordeel dat de Regeling als een AVV moet worden aangemerkt.
Beslissing
Bijlage
[naam 1] , handelend onder de naam [naam 1], te [woonplaats 1] ;
Maatschap [naam 2], te [woonplaats 1] :
[naam 3] ,te [woonplaats 1] ;
[naam 4], te [woonplaats 1] ;
De vennootschap onder firma V.O.F. [naam 5], [woonplaats 2] ;
Maatschap [naam 6]. [woonplaats 2] :
Maatschap [naam 7], te [woonplaats 1] ;
Maatschap [naam 8], [woonplaats 2] ;
[naam 9] , handelend onder de naam [naam 9], te [woonplaats 1] ;
Maatschap Mts [naam 10]. te [woonplaats 1] ;
De vennootschap onder firma [naam 11], [woonplaats 3] ;
Maatschap [naam 12], te [woonplaats 1] ;
Maatschap Mts [naam 13], [woonplaats 3] ;
Maatschap [naam 14], [woonplaats 2] :
Maatschap Mts. [naam 15], [woonplaats 3] ;
[naam 16].
handelend onder de naam [naam 16], [woonplaats 3] ;
[naam 17], [woonplaats 3] ;
Maatschap [naam 18] ,[woonplaats 3] .