Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 april 2026 op de beroepen van:
[naam] , te [woonplaats] (chauffeur)
enhet college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college van b en w)
Procesverloop
28 februari 2019 en dat het college van b en w daarom een verbeurde dwangsom van in totaal € 5.550,- invordert.
28 februari 2019 en dat het college van b en w daarom een verbeurde dwangsom van in totaal € 5.550,- invordert.
Overwegingen
b en w dat bezwaar ongegrond verklaard. Hiertegen heeft de chauffeur beroep ingesteld. Met de uitspraak van 12 oktober 2021 (ECLI:NL:CBB:2021:932) heeft het College dat beroep ongegrond verklaard.
Ik [naam toezichthouder 1] […] en ik [naam toezichthouder 2] […].
Bevindingen
[…]”
€ 5.550,- en dat hij dit bedrag moet betalen voor 21 januari 2023.
Ik [naam toezichthouder 1] […] en ik [naam toezichthouder 2] […] verklaren het volgende.
Bevindingen
Ik [naam toezichthouder] […] verklaar het volgende.
Bevindingen
Naar aanleiding van mijn controle bevond ik, rapporteur, het volgende:
19 december 2023 (ECLI:NL:CBB:2023:736 onder 4.2)) dat een bestuursorgaan, onverminderd de eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van het bewijs, in beginsel mag afgaan op de juistheid van de bevindingen in een op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend proces-verbaal, voor zover deze eigen waarnemingen van de opsteller van het rapport weergeven. Indien die bevindingen worden betwist, zal moeten worden onderzocht of er, gelet op de aard en inhoud van die betwisting, grond bestaat voor zodanige twijfel aan die bevindingen dat deze niet of niet volledig aan de vaststelling van de overtreding ten grondslag kunnen worden gelegd.
17 december 2022, 21 oktober 2023 en 3 februari 2024 zonder vergunning taxivervoer heeft aangebodenop de opstapmarkt. De chauffeur heeft zijn als taxi herkenbare auto op die data geparkeerd op locaties die bekend staan als illegale opstapplaatsen voor taxi’s. In wat de chauffeur aanvoert, is niet aannemelijk geworden dat hij daar stond ter uitvoering van een bij hem bestelde taxirit dan wel dat hij daar stond als gevolg van overmacht, zoals bijvoorbeeld autopech.
10 december 2022, 17 december 2022, 21 oktober 2023 en 3 februari 2024 heeft overtreden en dwangsommen heeft verbeurd. Bij een besluit over het invorderen van een verbeurde dwangsom weegt het belang van de invordering zwaar. Als dat anders zou zijn, zou het opleggen van een dwangsom niet bijdragen aan een effectieve handhaving. Slechts in bijzondere omstandigheden kan geheel of gedeeltelijk van invordering worden afgezien. Bijzondere omstandigheden zijn in deze zaak niet gesteld of gebleken. Het college van b en w heeft gebruik mogen maken van zijn bevoegdheid om de dwangsommen in te vorderen. Bij het feitelijk incasseren van de dwangsommen kan rekening worden gehouden met de draagkracht van degene die moet betalen, bijvoorbeeld met een betalingsregeling.