ECLI:NL:CBB:2023:736
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schorsing chauffeurskaart taxichauffeur wegens vermoeden niet voldoen VOG-eisen
De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat schorste de chauffeurskaart van een taxichauffeur nadat de politie had vastgesteld dat hij met meer dan 50 km/u te hard reed op een traject met een maximumsnelheid van 70 km/u. De politie nam het rijbewijs in en meldde de overtreding bij het CBR, dat een Educatieve Maatregel Gedrag oplegde. De OvJ besloot later tot sepot wegens gebrek aan bewijs, waarna de schorsing werd beëindigd.
De taxichauffeur stelde beroep in tegen het besluit waarbij het bezwaar tegen de schorsing werd gegrond verklaard maar de schorsing niet werd herroepen. Hij betoogde onder meer dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek had gedaan naar de rechtmatigheid van de snelheidscontrole en dat de belangenafweging niet evenredig was, mede omdat het zijn eerste overtreding betrof.
Het College oordeelde dat de staatssecretaris terecht afging op het proces-verbaal en dat de beoordeling van de rechtmatigheid van de snelheidscontrole in de strafrechtelijke procedure thuishoort. De schorsing was een proportionele maatregel om de veiligheid van het taxivervoer te waarborgen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding van bezwaarkosten afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de schorsing van de chauffeurskaart wordt ongegrond verklaard en de schorsing blijft gehandhaafd.