ECLI:NL:CBB:2026:158
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardebepaling en tegemoetkoming bij ruiming pluimveebedrijf wegens vogelgriep
In april 2022 werd bij een nabijgelegen pluimveebedrijf vogelgriep vastgesteld, waarna de kippen van de maatschap preventief werden geruimd. De staatssecretaris kende een tegemoetkoming toe van €172.806,50, gebaseerd op een taxatie van €215.393,25 die werd aangepast wegens onjuiste verwerking van toekomstige inkomsten. De maatschap betwistte de hoogte van de vergoeding en stelde dat de waardetabellen onjuist waren toegepast, met name inzake de afschrijvingstermijn en waardering van OKT-hennen.
Het College onderzocht de wijze van waardebepaling, waarbij de staatssecretaris een notitie van Wageningen Economic Research (WEcR) over de berekeningsmethodiek overlegde. Het College oordeelde dat de waardetabellen in overeenstemming zijn met artikel 4.3 van het Besluit diergezondheid, omdat zij de waarde bepalen aan de hand van gebruiksdoel, aanwending en leeftijd van het pluimvee. De alternatieve waardetabel van de maatschap verschilde vooral door andere parameters, maar bood geen reden om af te wijken van de WEcR-tabellen.
Ten aanzien van de OKT-hennen stelde het College vast dat de afschrijvingstermijn tot week 75 loopt en dat gederfde inkomsten na die periode niet voor vergoeding in aanmerking komen volgens artikel 9.6 van de Wet dieren. De staatssecretaris hoefde daarom geen hogere tegemoetkoming toe te kennen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de staatssecretaris hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de maatschap tegen de vastgestelde schadevergoeding voor geruimd pluimvee wordt ongegrond verklaard.