ECLI:NL:CBB:2026:11
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep mestboete en stikstofcorrectie in het kader van de Meststoffenwet
In deze zaak heeft de maatschap [naam 1], een veebedrijf dat in 2018 melkvee en vleesvee hield, hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel. De rechtbank had eerder de boetes die de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur had opgelegd wegens overschrijding van de gebruiksnormen voor meststoffen, gegrond verklaard. De minister had boetes opgelegd van in totaal € 133.736,- voor overschrijding van de gebruiksnorm dierlijke meststoffen, de stikstofgebruiksnorm en de fosfaatgebruiksnorm. De maatschap betwistte de hoogte van de boetes en verzocht om matiging vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder een dreigend faillissement. De rechtbank had de boetes verlaagd naar € 43.844,85, maar de maatschap ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
Tijdens de zitting in hoger beroep op 13 oktober 2025 heeft de maatschap haar standpunt toegelicht, waarbij zij stelde dat de berekening van de stikstofverliezen niet correct was en dat er een ongerechtvaardigd onderscheid was gemaakt tussen graasdieren en staldieren. De minister heeft echter betoogd dat de berekeningen conform de Meststoffenwet zijn uitgevoerd en dat de forfaits voor graasdieren regelmatig worden beoordeeld en aangepast. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft uiteindelijk geoordeeld dat de maatschap niet voldoende bewijs heeft geleverd voor haar stellingen en dat de opgelegde boetes in overeenstemming zijn met de wetgeving. De rechtbank had de boetes al gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn, maar het College zag geen aanleiding voor verdere matiging. De uitspraak van de rechtbank is bevestigd.