ECLI:NL:CBB:2025:99
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Schadevergoedingsuitspraak
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag betalingsrechten jonge landbouwer wegens ontbreken blokkerende zeggenschap
De vennootschap exploiteert een melkveebedrijf en vroeg betalingsrechten en een extra betaling voor jonge landbouwers aan, maar deze werden door de minister afgewezen wegens het ontbreken van blokkerende zeggenschap van de jonge landbouwer op de peildatum 15 mei 2022. De vennootschap stuurde later een rectificatie van de vennootschapsakte in, maar deze was niet tijdig ondertekend volgens de Beleidsregel. Het College oordeelt dat de vereiste blokkerende zeggenschap niet is aangetoond op de voorgeschreven wijze en dat de minister terecht het bezwaar ongegrond verklaarde.
De vennootschap voerde aan dat de rectificatie terugwerkende kracht heeft en dat sprake is van een kennelijke fout, strijd met het gelijkheids-, vertrouwens- en evenredigheidsbeginsel, maar deze gronden werden verworpen. Het College benadrukte dat de minister geen kennelijke fout hoefde te erkennen en dat vergelijkbare gevallen niet vergelijkbaar waren. Ook was geen sprake van toezeggingen namens de minister.
Verder werd het beroep op overschrijding van de redelijke termijn gegrond verklaard. De bezwaar- en beroepsfase overschreed de maximale termijn van twee jaar zonder rechtvaardiging, waardoor de vennootschap recht heeft op een immateriële schadevergoeding van €500. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €453,50. Het beroep werd inhoudelijk ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vennootschap wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van blokkerende zeggenschap, met toekenning van schadevergoeding voor overschrijding van de redelijke termijn.