ECLI:NL:CBB:2025:68
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt nihil vaststelling TVL-subsidie wegens onvoldoende omzetverlies
De onderneming heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken waarin de subsidie voor het vierde kwartaal van 2021 op nihil werd vastgesteld en het te veel betaalde voorschot werd teruggevorderd. De minister stelde dat de onderneming niet voldeed aan het vereiste omzetverlies van ten minste 20% en dat de onderneming niet als startende onderneming kon worden aangemerkt omdat zij reeds in 2014 was ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.
De onderneming had per 1 juli 2021 een restaurant overgenomen en voerde aan dat dit restaurant als startende onderneming moest worden gezien, met een afwijkende referentieperiode voor de omzet. Tevens stelde zij dat het UWV bij de NOW4-regeling de omzet van 2019 van het overgenomen restaurant wel had meegenomen, wat volgens haar tot een onevenredige behandeling leidde.
Het College oordeelde dat de TVL-regeling geen onderscheid maakt tussen vestigingen binnen één KvK-inschrijving en dat de toevoeging van het restaurant een uitbreiding van de bestaande onderneming betreft, geen nieuwe start. De omzet van het overgenomen restaurant kon daarom niet als startende onderneming worden aangemerkt en de omzet van de vorige eigenaar werd niet betrokken bij de referentieomzet.
Het beroep werd ongegrond verklaard, de minister mocht de subsidie op nihil vaststellen omdat het omzetverlies minder dan 20% bedroeg. Ook werd geen vergoeding van griffierecht, accountants- of reiskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming wordt ongegrond verklaard en de subsidie wordt terecht op nihil vastgesteld wegens onvoldoende omzetverlies.