ECLI:NL:CBB:2025:600
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- T. Pavićević
- C.T. Aalbers
- M.L. Noort
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor overschrijding meststoffenregelgeving ondanks bezwaar over bezinklaagberekening
De ondernemer, actief in de vleesvarkenshouderij, werd door de minister beboet wegens overschrijding van gebruiksnormen voor dierlijke meststoffen in 2018. De boete was gebaseerd op een berekening van de aangroei van de bezinklaag in mestkelders, waarbij de minister een ruime marge hanteerde door uit te gaan van een aangroei van 2 cm en verdubbeling van mineralengehalten.
De rechtbank Oost-Brabant had het bezwaar van de ondernemer deels gegrond verklaard en de boete verlaagd, met een matiging wegens overschrijding van de redelijke termijn. De ondernemer stelde in hoger beroep dat de minister ten onrechte een soortelijk gewicht van 1 ton per m3 toepaste voor de bezinklaag, terwijl deze volgens hem zwaarder zou zijn, gebaseerd op eigen steekproeven en vergelijkingen met vochtig zand.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelt dat de minister terecht een ruime marge hanteert en dat de ondernemer onvoldoende objectief bewijs heeft geleverd om het toegepaste soortelijk gewicht aan te passen. Ook acht het College de matiging van de boete wegens termijnoverschrijding passend en ziet geen aanleiding tot verdere verlaging.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het College bevestigt de boete en wijst het hoger beroep van de ondernemer af.