ECLI:NL:CBB:2025:443
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling startdatum subsidieperiodes duurzame energieproductie windparken
De minister heeft in meerdere zaken de startdatum van subsidieperiodes voor windparken vastgesteld op basis van de datum waarop productie-installaties in gebruik zijn genomen, waarbij wordt aangesloten bij het moment waarop gedurende twee maanden ten minste 80% van het windaanbod wordt geproduceerd. Ondernemingen stelden dat de minister ten onrechte niet uitging van het 'take-over moment' en dat de minister onterecht afweek van een coulantere beleidslijn. Ook werd aangevoerd dat de minister niet bevoegd was om de startdatum ambtshalve te wijzigen en dat dit in strijd was met algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Het College heeft de systematiek van artikel 6 van Pro het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie (Besluit SDEK) onderzocht en geoordeeld dat de wetgever beoogt dat de subsidieperiode aanvangt op de datum van ingebruikname van de productie-installatie. Dit begrip moet worden uitgelegd als het moment waarop de installatie gaat doen waarvoor deze bestemd is, namelijk het opwekken van duurzame energie. De mogelijkheid tot wijziging van de startdatum biedt flexibiliteit, maar de minister heeft terecht aansluiting gezocht bij de productie van ten minste 80% van het windaanbod gedurende twee maanden.
Verder oordeelde het College dat de e-mail van 12 oktober 2022 geen aanvraag in de zin van de Awb is en dat de minister de daadwerkelijke startdatum pas kan vaststellen zodra de productie-installatie in gebruik is genomen. De beroepen zijn ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De beroepen van de ondernemingen tegen de vastgestelde startdatum van de subsidieperiodes worden ongegrond verklaard.