ECLI:NL:CBB:2019:96
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.R. Winter
- H.O. Kerkmeester
- I.M. Ludwig
- Rechtspraak.nl
Intrekking subsidie duurzame energie wegens eerdere ingebruikname installatie
Appellante ontving op 29 april 2016 subsidie voor duurzame energieproductie met een fotovoltaïsche installatie, met een aanvraagdatum van 22 maart 2016 en een beoogde ingebruiknamedatum van 1 juli 2016. Verweerder trok de subsidie in omdat de installatie al in september 2015 energie produceerde, wat betekent dat deze eerder in gebruik was genomen dan toegestaan volgens artikel 3, derde lid, van het Besluit SDE.
Appellante voerde aan dat het ontbreken van een definitie van 'in gebruik nemen' in het Besluit SDE strijd oplevert met het rechtszekerheidsbeginsel en stelde dat de registratie door CertiQ het juiste meetpunt is voor ingebruikname. Het College oordeelde echter dat 'in gebruik nemen' moet worden geïnterpreteerd als het moment waarop de installatie daadwerkelijk duurzame energie opwekt, en dat de productie vanaf september 2015 hieraan voldoet.
Verder stelde het College dat appellante geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen aan de datum van ingebruikname zoals door CertiQ geregistreerd, omdat het toekenningsbesluit pas na de feitelijke ingebruikname was genomen. Het beroep van appellante werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de subsidie bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de subsidie bevestigd omdat de installatie eerder in gebruik was genomen dan de datum van aanvraag.