ECLI:NL:CBB:2025:412
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete bevestigd wegens overschrijding gebruiksnormen dierlijke meststoffen en stikstof
De vennootschap werd door de minister beboet wegens overschrijding van de gebruiksnormen voor dierlijke meststoffen en stikstof in 2016. Zij stelde beroep in tegen de boete en voerde aan dat de minister onvoldoende rekening hield met stikstofvervluchtiging door het stalsysteem en dat forfaitaire gehalten in plaats van bedrijfsspecifieke gehalten gebruikt hadden moeten worden. Het College volgde het oordeel van de rechtbank dat de vennootschap onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de stikstofvervluchtiging hoger was dan reeds in de BEX-berekening was verwerkt.
De vennootschap kon ook geen beroep doen op het vertrouwensbeginsel omdat geen toezeggingen of gedragingen van de minister waren die afweken van de regelgeving. De rechtbank had de boete gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar het College zag geen aanleiding voor verdere matiging en handhaafde het boetebedrag.
De procedure omvatte een administratieve controle door RVO, het boetebesluit van de minister, bezwaar en beroep bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, en het hoger beroep bij het College. De uitspraak bevestigt dat de bewijslast voor het niet-overschrijden van de gebruiksnormen bij de vennootschap ligt en dat de minister concrete feiten moet aanvoeren om een boete op te leggen. De vennootschap slaagde hier niet in, waardoor de boete in stand blijft.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wegens overschrijding van de meststoffen- en stikstofgebruiksnormen wordt bevestigd en blijft ongewijzigd.