ECLI:NL:CBB:2025:193
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag voor chemisch recycling demonstratieproject wegens onvoldoende financiering en bijdrage circulariteit
De onderneming diende op 15 maart 2023 een subsidieaanvraag in voor een demonstratieproject gericht op chemische recycling van niet-mechanisch recyclebare afvalkunststoffen tot basisproducten voor primaire kunststoffen. De minister wees de aanvraag af op grond van onvoldoende vertrouwen in de financiering, onvoldoende bijdrage aan de doelstellingen van de subsidie, onvoldoende technische haalbaarheid en onvoldoende kwaliteit van het project.
De onderneming voerde aan dat de investeringskosten waren gestegen door verdere uitwerking van het project, maar vroeg geen verhoging van het subsidiebedrag. Zij overlegde een investeringsbeslissing en een leningverklaring, maar deze stukken werden niet als onderdeel van de oorspronkelijke aanvraag beoordeeld. De onderneming stelde dat het project zich richt op niet-mechanisch recyclebare fracties en dat de technische haalbaarheid en kwaliteit voldoende waren aangetoond.
Het College oordeelde dat de minister terecht het vertrouwen in de financiering onvoldoende achtte, omdat de stukken slechts intenties toonden en de lening niet was doorgegaan. Ook werd geconcludeerd dat het project onvoldoende bijdraagt aan de circulariteitsdoelstellingen, mede omdat de te recyclen fracties deels mechanisch recyclebaar zijn en het projectplan onvoldoende duidelijkheid bood.
Gezien deze gronden bleef de afwijzing van de subsidieaanvraag in stand en werd het beroep ongegrond verklaard. Het College zag geen aanleiding om de overige afwijzingsgronden te beoordelen en wees proceskostenvergoedingen af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag is ongegrond verklaard vanwege onvoldoende aannemelijkheid van financiering en onvoldoende bijdrage aan circulariteitsdoelstellingen.