ECLI:NL:CBB:2024:706
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- R.W.L. Koopmans
- J.H. de Wildt
- H. van den Heuvel
- Rechtspraak.nl
College van Beroep bevestigt verbondenheid ondernemingen en handhaaft staatssteunplafond TVL-subsidie
De onderneming heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken waarbij de TVL-subsidies voor Q1, Q2 en Q4 van 2021 op nihil zijn vastgesteld en betaalde voorschotten zijn teruggevorderd. De minister stelde dat de onderneming samen met drie andere ondernemingen een verbonden onderneming vormt, waardoor het staatssteunplafond voor de groep was bereikt.
Het College heeft geoordeeld dat de minister terecht heeft vastgesteld dat de onderneming verbonden is met de andere ondernemingen, mede omdat via een keten van meerderheidsstemrechten aan de criteria van artikel 2, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening wordt voldaan. De onderneming betoogde dat de verbondenheid niet via buitenlandse ondernemingen mag lopen en dat het vermoeden van zeggenschap weerlegd kon worden, maar het College verwierp deze argumenten.
Verder oordeelde het College dat de minister bij de subsidievaststelling terecht het staatssteunplafond heeft beoordeeld en dat het plafond niet kan worden overschreden zonder in strijd te komen met het EU-staatssteunkader. Het beroep werd gegrond verklaard omdat de minister ten onrechte geen proceskostenvergoeding in bezwaar had toegekend. Het bestreden besluit werd vernietigd voor zover geen proceskosten waren toegekend en het College stelde zelf de proceskostenvergoeding vast en veroordeelde de minister tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor zover geen proceskostenvergoeding is toegekend; de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.