ECLI:NL:CBB:2023:722
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. de Wildt
- B. Bastein
- H. van den Heuvel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag TVL wegens overschrijding staatssteunplafond in overeenstemming met EU-regels
De onderneming diende een aanvraag in voor subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal van 2020, welke door de minister werd afgewezen vanwege overschrijding van het staatssteunplafond van €800.000. Na een eerdere uitspraak van het College waarin werd geoordeeld dat de minister rekening moest houden met de feitelijke activiteiten van de onderneming, verklaarde de minister het bezwaar opnieuw ongegrond met als reden het staatssteunplafond.
De onderneming voerde aan dat de TVL een compensatieregeling is en geen subsidieregeling, waardoor de staatssteunregels niet van toepassing zouden zijn. Het College verwierp dit standpunt en bevestigde dat de TVL een subsidieregeling is waarop het Europese staatssteunkader van toepassing is. Tevens oordeelde het College dat de regeling niet in strijd is met het zorgvuldigheids-, motiverings- of evenredigheidsbeginsel.
Verder stelde de onderneming dat het staatssteunplafond leidt tot ongerechtvaardigde marktverstoring en concurrentienadeel. Het College wees dit af en verwees naar de goedkeuring van de regeling door de Europese Commissie en een arrest van het Gerecht van de Europese Unie, waarin werd bevestigd dat lidstaten niet verplicht zijn alle economische schade volledig te compenseren.
Het College concludeerde dat de minister terecht de aanvraag heeft afgewezen vanwege overschrijding van het staatssteunplafond en verklaarde het beroep ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wegens overschrijding van het staatssteunplafond wordt ongegrond verklaard.