ECLI:NL:CBB:2024:704
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op subsidie vaste lasten financiering COVID-19 wegens onvoldoende omzetverlies
De ondernemer, handelend onder een damesmodezaak en tevens eigenaar van enkele privépanden, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken waarbij de subsidie voor het vierde kwartaal van 2021 op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) is vastgesteld op €0,-. De minister had het bezwaar van de ondernemer ongegrond verklaard omdat uit de gegevens van de Belastingdienst bleek dat het vereiste van minimaal 20% omzetverlies niet was gehaald.
De ondernemer betwistte de omzetgegevens die de minister gebruikte, met name omdat de huuropbrengsten uit privépanden volgens haar niet tot de ondernemingsomzet behoren en daarom niet meegeteld zouden moeten worden. Het College verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat de minister de omzetbelastingaangifte moet gebruiken voor de omzetbepaling, omdat dit een bewuste keuze van de regelgever is om de regeling uitvoerbaar te houden en administratieve lasten te beperken.
Het College concludeert dat de minister terecht de omzet uit de aangifte omzetbelasting als uitgangspunt heeft genomen, inclusief de huuropbrengsten, en daarom terecht heeft vastgesteld dat het omzetverlies niet aan de drempel van 20% voldoet. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de ondernemer wordt ongegrond verklaard en de subsidie wordt terecht vastgesteld op nul euro.