ECLI:NL:CBB:2024:669
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
College bevestigt weigering energie-investeringsaftrek wegens te late aanmelding aanschaffingskosten
In deze zaak heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 1 oktober 2024 uitspraak gedaan over het beroep van een onderneming tegen het besluit van de minister van Klimaat en Groene Groei om een verklaring energie-investeringsaftrek (EIA) te weigeren. De onderneming had een investering in een hybride belichtingssysteem voor haar kwekerij te laat aangemeld. De minister kwalificeerde de kosten als aanschaffingskosten, waarvoor de aanmelding binnen drie maanden na het aangaan van de verplichting moet plaatsvinden.
De onderneming betoogde dat het hier voortbrengingskosten betrof, omdat zij zelf de regie voerde over montage en aanpassing van het systeem, en dat de aanmelding daarom tijdig was. Subsidiair stelde zij dat de weigering onevenredig was vanwege de bijzondere omstandigheden van de energiecrisis en haar snelle overstap naar het nieuwe systeem.
Het College oordeelde dat de minister terecht de kosten als aanschaffingskosten had aangemerkt, omdat de led-lampen een afzonderlijk bedrijfsmiddel vormen en de montagekosten eveneens onder aanschaffingskosten vallen. De door de onderneming verrichte werkzaamheden en aanpassingen aan de klimaatcomputer werden als voortbrengingskosten erkend, maar betroffen een ander deel van de investering. Het College vond de omstandigheden onvoldoende bijzonder om het evenredigheidsbeginsel in te roepen en verklaarde het beroep ongegrond.
De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open over de toepassing van de begrippen investeren en bedrijfsmiddelen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de EIA-verklaring bevestigd wegens te late aanmelding van aanschaffingskosten.