Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
[naam] , te [woonplaats] (de onderneming)
de minister van Economische Zaken en Klimaat
Procesverloop
Beoordeling
Beslissing
uitspraak te ondertekenen
College van Beroep voor het bedrijfsleven
De minister van Economische Zaken en Klimaat heeft aan de onderneming de subsidie voor de vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) over het vierde kwartaal van 2021 vastgesteld op nul euro en het betaalde voorschot teruggevorderd. De onderneming stelde bezwaar in, omdat zij meent dat de omzet die in de aangifte omzetbelasting over Q4 2021 is opgenomen deels betrekking heeft op prestaties uit Q3 2021, waardoor zij volgens eigen administratie wel aan het vereiste omzetverlies van 20% voldoet.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft het beroep zonder zitting behandeld en geoordeeld dat de minister terecht is uitgegaan van de omzetgegevens uit de aangifte omzetbelasting. Dit volgt uit eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat de aangifte omzetbelasting als uitgangspunt dient voor de omzetbepaling bij de TVL-regeling, mede om uitvoerbaarheid en administratieve lasten te beperken.
Het College concludeert dat het beroep kennelijk ongegrond is en verklaart het ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein op 18 juni 2024.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming wordt ongegrond verklaard en de subsidie blijft vastgesteld op nul euro.