Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
[naam 1] , handelend onder de naam [naam 2] , te [woonplaats] (de ondernemer)
de minister van Economische Zaken en Klimaat
Procesverloop
Beoordeling
Beslissing
uitspraak te ondertekenen
College van Beroep voor het bedrijfsleven
De ondernemer heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat waarin de subsidie op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (TVL) voor de periode juni tot en met september 2020 is vastgesteld op € 0,-. De minister had het betaalde voorschot van € 5.482,55 teruggevorderd omdat uit de aangifte omzetbelasting bleek dat de ondernemer niet voldeed aan het vereiste van ten minste 30% omzetverlies.
De ondernemer stelde dat de minister ten onrechte de omzet inclusief de verkoopopbrengst van een boot had meegenomen, terwijl deze verkoopopbrengst niet tot de omzet behoort. Hierdoor zou het omzetverlies ruim 73% bedragen. Het College verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat de minister terecht uitgaat van de omzet zoals blijkt uit de aangifte omzetbelasting, omdat dit een bewuste keuze van de wetgever is om de regeling uitvoerbaar te houden.
Daarnaast betoogde de ondernemer dat de subsidie aanvankelijk was verleend op basis van een verkeerde SBI-code, wat tot een lagere subsidie leidde en hem dwong een boot te verkopen. Het College oordeelt dat het bezwaar tegen de verkeerde SBI-code niet tijdig is ingediend, waardoor dit bezwaar niet-ontvankelijk is verklaard.
Het College concludeert dat de minister terecht heeft vastgesteld dat niet is voldaan aan het omzetverliescriterium en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan zonder zitting op basis van het dossier.
Uitkomst: Het beroep van de ondernemer wordt ongegrond verklaard en de subsidie TVL wordt terecht vastgesteld op nul met terugvordering van het voorschot.