ECLI:NL:CBB:2024:401
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidie vaste lasten financiering COVID-19 wegens onvoldoende omzetverlies
De onderneming heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat waarin de subsidie voor het vierde kwartaal van 2020 op nihil werd vastgesteld en het betaalde voorschot werd teruggevorderd. De minister berekende het omzetverlies op basis van de aangiften omzetbelasting, waaruit bleek dat het omzetverlies slechts 2,8% bedroeg, onvoldoende voor de vereiste van ten minste 30% omzetverlies.
De onderneming betwistte het gebruik van de omzetbelastingaangiften en stelde dat de omzet volgens haar eigen kasstelseladministratie berekend moest worden, omdat vooruit ontvangen bedragen voor diensten die pas in 2021 werden geleverd, de omzet in Q4 2020 zouden vertekenen. Het College oordeelde dat de minister terecht is uitgegaan van de omzetbelastingaangiften, conform de TVL-regeling, die dit voorschrijft voor ondernemingen die over hun gehele omzet btw betalen.
Het beroep van de onderneming op het evenredigheidsbeginsel slaagde niet, omdat geen sprake was van een uitzonderlijk geval dat een afwijking van de regeling rechtvaardigt. Het College concludeerde dat de subsidie terecht op nihil is vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming wordt ongegrond verklaard en de subsidie wordt terecht op nihil vastgesteld wegens onvoldoende omzetverlies.