ECLI:NL:CBB:2024:291
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- S.C. Stuldreher
- T. Pavićević
- M.J. Jacobs
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boetes voor niet afgedekte recipiënten met dierlijke bijproducten bevestigd
De slachterij kreeg twee bestuurlijke boetes van elk €2.500,- opgelegd wegens overtreding van artikel 6.2 van de Wet dieren in samenhang met Verordening 142/2011, omdat zij niet toezag op het verzamelen van dierlijke bijproducten in afgedekte recipiënten. De toezichthouder van de NVWA constateerde bij inspecties in maart 2018 dat volle dolavs met dierlijke bijproducten onafgedekt buiten stonden, waarbij meeuwen in het afval aten.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van de slachterij ongegrond en matigde de boetes met 15% vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De slachterij stelde in hoger beroep dat de toezichthouder vooringenomen was, dat de overtredingen niet bewezen waren, dat het interventiebeleid niet correct was toegepast en dat de boetes vanwege de volksgezondheid en financiële draagkracht gematigd moesten worden.
Het College oordeelde dat de rapporten van bevindingen betrouwbaar waren, dat de slachterij onvoldoende bewijs leverde om de overtredingen te betwisten, en dat de minister terecht de overtredingen als klasse C-overtredingen had geclassificeerd en boetes mocht opleggen zonder eerst een waarschuwing te geven. De overschrijding van de beslistermijn leidde niet tot matiging, maar de overschrijding van de redelijke termijn rechtvaardigde een aanvullende matiging van 5%, waarmee de boetes werden vastgesteld op €2.000,- per stuk.
De overige bezwaren van de slachterij, waaronder het betoog over de volksgezondheid en financiële draagkracht, werden verworpen. Het College vernietigde het bestreden vonnis voor zover het de hoogte van de boetes betrof en bevestigde het verder. Het griffierecht werd aan de slachterij vergoed.
Uitkomst: Boetes van €2.500,- per zaak bevestigd met matiging tot €2.000,- wegens overschrijding redelijke termijn.