ECLI:NL:CBB:2024:165
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College van Beroep bevestigt nihil vaststelling subsidie TVL Q1 2021 wegens onvoldoende omzetverlies
De onderneming had een subsidieaanvraag ingediend voor het eerste kwartaal van 2021 op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL). De minister stelde de subsidie vast op nihil en vorderde het betaalde voorschot terug, omdat volgens de gegevens van de Belastingdienst geen omzetverlies van ten minste 30% was aangetoond.
De onderneming voerde aan dat een factuur gedateerd op 4 januari 2021 betrekking had op diensten geleverd in het vierde kwartaal van 2020, en dat dit achteraf factureren onterecht leidde tot een hogere omzet in Q1 2021. De onderneming stelde dat bij tijdige facturering op 31 december 2020 de omzet in Q1 2021 lager zou zijn geweest, wat het omzetverlies zou verhogen.
Het College oordeelde dat de omzet moet worden vastgesteld op basis van de aangifte omzetbelasting conform het factuurstelsel, waarbij de factuurdatum bepalend is voor het tijdvak van de omzet. De datum van levering of verwerking van inkooporders is niet relevant. Dit uitgangspunt is in lijn met eerdere jurisprudentie en de systematiek van de TVL-regeling.
Daarmee heeft de minister terecht geconcludeerd dat het omzetverlies niet voldeed aan de 30%-eis en de subsidie terecht op nihil werd vastgesteld. Het verzoek van de onderneming om correctie van de subsidie over Q4 2020 kon niet worden meegenomen omdat die periode niet in deze procedure aan de orde was.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming wordt ongegrond verklaard en de subsidie TVL voor Q1 2021 wordt vastgesteld op nihil vanwege onvoldoende omzetverlies.