ECLI:NL:CBB:2023:71
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van nacalculatie ploegendiensttoeslag bij vleeskeuringen door minister
In deze bestuursrechtelijke zaak betwist een slachthuis de door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in rekening gebrachte nacalculatie van een ploegendiensttoeslag voor officiële assistenten die in twee ploegendiensten werken bij vleeskeuringen. De minister heeft de bezwaren van het slachthuis reeds eerder ongegrond verklaard, waarna het College van Beroep voor het bedrijfsleven de eerdere besluiten vernietigde en de minister opdroeg nieuwe besluiten te nemen.
De minister heeft in het bestreden besluit toegelicht dat de ploegendiensttoeslag bestaat uit vijf componenten, waaronder onderdekking, die een vergoeding vormt voor daadwerkelijk gemaakte salariskosten van KDS-medewerkers die volgens een rooster zijn ingeroosterd, ook als minder uren worden gewerkt dan gepland. Het slachthuis betoogt dat de minister onvoldoende inzicht geeft in de extra loonkosten en dat de mogelijkheid ontbrak om aangevraagde uren binnen veertien dagen te verminderen zonder toeslagheffing.
Het College oordeelt dat de minister voldoende inzicht heeft gegeven in de berekening van de toeslag en dat de onderdekking terecht een vergoeding is voor de doorbetaalde salarissen van niet-gewerkte uren. De complexiteit van de planning en de noodzaak om medewerkers vooraf in te roosteren maken het ontbreken van flexibiliteit niet onaanvaardbaar. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van het slachthuis wordt ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.