ECLI:NL:CBB:2023:642
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College van Beroep bevestigt afwijzing subsidie vaste lasten wegens onvoldoende omzetverlies
De ondernemer had subsidie aangevraagd voor de vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) over het vierde kwartaal van 2020. De minister stelde de subsidie vast op nul euro en vorderde het voorschot terug omdat het vereiste omzetverlies van ten minste 30% niet was behaald.
De ondernemer voerde aan dat de omzetberekening op basis van de omzetbelastingaangiften niet correct was omdat facturering en prestaties in verschillende kwartalen konden plaatsvinden. De minister handhaafde zijn standpunt dat de omzet volgens de aangiften moest worden gehanteerd, conform artikel 2.1.2 van de TVL.
Het College oordeelde dat de minister terecht is uitgegaan van de omzetbelastingaangiften omdat de ondernemer over haar gehele omzet omzetbelasting betaalt en geen activiteiten verricht die buiten de omzetbelasting vallen. De uitzondering in het zesde lid van artikel 2.1.2 is daarom niet van toepassing.
Verder is vastgesteld dat het omzetverlies volgens de Belastingdienstgegevens 22,7% bedroeg, onder de vereiste 30%. De ondernemer heeft de juistheid van de aangiften niet betwist en er is geen grond om van de aangiften af te wijken.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van de ondernemer wordt ongegrond verklaard en de subsidie wordt vastgesteld op nul euro wegens onvoldoende omzetverlies.